Kenniscentrum Commissies van Toezicht

Het Kenniscentrum Commissies van Toezicht heeft als doel algemene, objectieve en actuele informatie te bieden op het werkterrein van commissies van toezicht die zijn verbonden aan justitiële inrichtingen in Nederland. Het Kenniscentrum draagt daarmee bij aan de transparantie van dit “maatschappelijk toezicht” op justitiële inrichtingen. Een deel van de beschikbare informatie is alleen toegankelijk voor leden van commissies van toezicht en de ondersteunende secretarissen.

Het Kenniscentrum Commissies van Toezicht staat onder redactie van ervaren secretarissen en beschikt over een Redactieraad waarin experts op het werkterrein van commissies van toezicht zitting hebben.

Meer informatie: Wat doet de CvT?

Uitsprakendatabank

Hier vindt u uitspraken van verschillende beklagcommissies. Heeft uw commissie een interessante uitspraak gedaan? Stuur deze dan vooral per e-mail naar de redactie van het Kenniscentrum.

Nieuwe uitspraken

  • Klacht 1: De beklagcommissie is van oordeel dat de beslissing van de directeur tot weigering van klagers telefoongesprekken met mr. X en mr. Y in het kader van rechtsbijstand niet op goede gronden is genomen. Klacht is gegrond verklaard en er wordt een tegemoetkoming van € 250,- toegekend conform de standaardbedragen van de RSJ (€ 12,50 per dag voor het niet bellen met zijn advocaat in de periode van 16 mei tot en met 4 juni 2025. Klacht 2: De beklagcommissie is van oordeel dat de weigering van de directeur tot zakelijk bezoek als onredelijk en onbillijk moet worden aangemerkt. De beklagcommissie verklaart het beklag gegrond. Nu de gevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, zal de beklagcommissie klager een tegemoetkoming toekennen van €30,-. De beklagcommissie heeft hierbij aansluiting gezocht bij de Standaardbedragen tegemoetkoming van de RSJ voor het niet doorgaan van een bezoek zonder toezicht. Klacht 3: De klacht is te laat ingediend, maar de beklagcommissie oordeelt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De beklagcommissie is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat klagers medische gesprek is meegeluisterd en stelt vast dat hieraan geen beslissing en in het verlengde daarvan een zelfstandige belangenafweging van de directeur aan ten grondslag heeft gelegen. Gelet op het voorgaande is er sprake van een schending van het recht op privacy van klager. Deze schending valt onder de verantwoordelijkheid van de directeur en komt voor zijn rekening. De beklagcommissie verklaart het beklag gegrond en kent een tegemoetkoming toe van €25,-. De beklagcommissie heeft bij de hoogte van de tegemoetkoming aansluiting gezocht bij een eerdere uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ.

  • Klaagster klaagt erover dat tweemaal een transportmedewerker aanwezig bleef in de behandelruimte in het ziekenhuis terwijl klaagster een medische behandeling onderging. Omdat de beslissing is genomen namens de directeur van PI Nieuwersluis, is klaagster ontvankelijk in haar klacht. Volgens artikel 19 van de Regeling vervoer van justitiabelen mag toezicht tijdens een medisch onderzoek buiten de inrichting alleen plaatsvinden als dat strikt noodzakelijk is vanwege de veiligheid van de arts of ander medisch personeel, vluchtgevaar of andere veiligheidsbelangen. In dit geval was geen sprake van vluchtgevaar en is niet gebleken dat toezicht nodig was voor de veiligheid van de arts. Ook is niet gebleken dat een zorgvuldige, gemotiveerde belangenafweging is gemaakt om de keuze voor toezicht op basis van andere veiligheidsbelangen te maken. De beslissing om een transportmedewerker in de behandelkamer toezicht te laten houden, was daarom bij beide medische behandelingen niet in lijn met artikel 19 van de Regeling vervoer van justitiabelen. De beklagcommissie is bovendien van oordeel dat hiermee een grove inbreuk op de privacy van klaagster is gemaakt. De klacht wordt gegrond verklaard en er wordt een tegemoetkoming van €100,- toegekend.

  • Klager klaagt erover dat hem de mogelijkheid is ontnomen om afscheid te nemen van een naaste. De beklagrechter stelt vast dat klager niet op grond van enige wet- of regelgeving het recht had om de betreffende uitvaart te mogen bijwonen. De directie heeft klager in de gelegenheid gesteld om op afstand de uitvaart bij te wonen en deze beslissing was niet onredelijk of onbillijk. De beklagrechter is van oordeel dat de directie klager dus niet de mogelijkheid heeft ontnomen om afscheid te nemen van zijn naaste. Klager heeft zelf beslist om geen gebruik te maken van de door de directie geboden mogelijkheden. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • Klaagster is het oneens met een aan haar opgelegde disciplinaire straf. Zij heeft gevraagd om inzage in de camerabeelden, maar deze zijn niet bewaard. Ze benadrukt dat ze zich heeft ingehouden en de medegedetineerde niet heeft aangeraakt. Het personeel arriveerde pas achteraf. Haar raadsvrouw stelt dat het rapport en het bewijs rondom de beelden en getuigenissen onduidelijk en incompleet zijn. De directeur bevestigt dat camerabeelden het incident laten zien, maar erkent dat de beelden niet meer beschikbaar zijn door de korte bewaartermijn van zeven dagen. De beklagcommissie oordeelt dat het verzoek tot bewaren en inzien van beelden tijdig was, en vindt dat de bewaartermijn van zeven dagen te kort is, zeker in situaties waarbij gedetineerden het incident betwisten. Er wordt aanbevolen het beleid aan te passen naar minimaal 21 dagen. De beklagcommissie constateert dat onvoldoende duidelijk is wie de camerabeelden heeft bekeken en wat er exact op te zien is. De opgelegde straf van vijf dagen wordt te zwaar bevonden, vooral omdat de medegedetineerde slechts een waarschuwing kreeg en de straf tijdens de kerstperiode werd uitgevoerd. Een straf van één dag had in dit geval redelijk geweest. Voor de vier dagen onterechte afzondering kent de commissie een tegemoetkoming toe van €40,-.

  • De beklagcommissie constateert dat in de kliniek contrabande, zoals drugs en communicatiemiddelen, is gevonden zonder dat kon worden vastgesteld wie hiervoor verantwoordelijk is. De opgelegde maatregelen van afzondering, bezoek- en belverboden, zijn daarom naar het oordeel van de beklagcommissie terecht opgelegd om verdere invoer te voorkomen. Hoewel klager al vanaf 3 juli 2025 bezoek mocht ontvangen, werden de afzonderings- en belmaatregelen nog langer gehandhaafd, wat de beklagcommissie onbegrijpelijk vindt. Zij verklaart de klachten gegrond voor zover deze maatregelen langer hebben geduurd dan 3 juli 2025 en kent aan klager een vergoeding toe van in totaal €90,-. De klacht over de bezoekmaatregel wordt ongegrond verklaard, omdat voor 3 juli 2025 nog onvoldoende duidelijk was dat klager niet betrokken was.

  • De directeur heeft het verzoek tot plaatsing in een forensisch psychiatrische kliniek van klager afgewezen. Er is geoordeeld dat er geen dringende noodzaak was voor een artikelplaatsing, hierbij is onder andere afgewogen dat het vonnis een klinische opname aansluitend aan de detentie voorschrijft; informatie uit het penitentiair dossier; het advies van het psycho-medisch overleg, de Vrijhedencommissie en de reclassering. Bovendien schrijft het vonnis een klinische opname aansluitend aan de detentie voor. Er is geen indicatiestelling aangevraagd, omdat uit de overige informatie onvoldoende noodzaak blijkt om tijdens detentie de behandeling te laten starten. De directeur heeft volgens de beklagrechter een zorgvuldige individuele belangenafweging gemaakt. De beslissing om het verzoek af te wijzen is niet onredelijk of onbillijk en voldoende gemotiveerd. Daarom verklaart de beklagcommissie de klacht ongegrond.

  • Klager mocht tot 1 mei 2025 vanuit zijn afdeling beeldbellen met familie in het buitenland. Na die datum voerde de directie nieuw beleid in: beeldbellen mocht alleen nog in de bezoekzaal. Voor klager was de uitzondering gemaakt dat hij vanaf de afdeling mocht beeldbellen, waarbij volgens de directie duidelijke afspraken met klager waren gemaakt. De directie beëindigde klagers uitzondering, omdat hij zich niet aan voorwaarden zou hebben gehouden, zoals het laten deelnemen van anderen via de telefoon en het open laten staan van de verbinding tijdens een calamiteit. Klager stelt dat hij de instructies van zijn mentor volgde en dat hij nooit vastgelegde afspraken had ontvangen. De directie bevestigt dat er geen schriftelijke afspraken waren en erkent dat er eerder gescreende personen via telefoon meededen, wat niet toegestaan was, maar dat dit door personeel was getolereerd. Ook de lezing van klager met betrekking tot de calamiteit werd door de directie bevestigd. De beklagcommissie oordeelt dat de directie onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de afspraken en dat klager de vermeende overtredingen niet kan worden aangerekend, omdat hij gehandeld heeft volgens instructies en er onduidelijkheid bestond over de voorwaarden. Daarom is de beslissing om klager het beeldbellen vanaf de afdeling te ontzeggen onterecht en is de klacht gegrond verklaard. Een vergoeding wordt niet toegekend omdat klager nog steeds kon beeldbellen, zij het niet vanaf zijn cel.

  • Klager stond op een container en een medegedetineerde duwde daar tegen aan. Hierdoor viel klager bijna van de container af. Klager zou volgens de directie vervolgens neus aan neus zijn gaan staan met de betrokken medegedetineerde. Ze zouden naar elkaar hebben geschreeuwd en meermaals hard tegen elkaars borstkas hebben geduwd. Volgens klager heeft hij de medegedetineerde enkel één duw gegeven. Klager heeft hiervoor een disciplinaire straf van vijf dagen opsluiting in eigen cel opgelegd gekregen en is gedegradeerd naar het basisprogramma. De beklagrechter acht aannemelijk dat klager de medegedetineerde (in ieder geval) één duw heeft gegeven, nu klager dit ook heeft verklaard. De disciplinaire straf kon daarom worden opgelegd, deze klacht is ongegrond verklaard. Vervolgens is de vraag of er sprake is van fysieke agressief gedrag waardoor klager direct gedegradeerd kon worden. De beklagrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en geeft klager hierin het voordeel van de twijfel. De camerabeelden ontbreken en klager heeft consequent aangegeven dat er slechts een enkele ‘droge’ duw is gegeven. Deze klacht is gegrond verklaard en er is een tegemoetkoming van € 45,00 toegekend.

  • Over een begeleidingsplan kan niet worden geklaagd. Echter is gebleken dat het opgelegde begeleidingsplan omgezet had moeten worden naar een begeleidingsmaatregel. Met het oog op het handhaven van de orde en veiligheid was de beperking van klagers bewegingsvrijheid terecht, omdat er spullen op zijn cel waren aangetroffen die daar niet hoorden. Wel was sprake van een vormfout doordat het begeleidingsplan niet correct is omgezet. De kliniek erkende deze fout en bood een tegemoetkoming van € 25,00 aan, die klager afwees. De commissie betreurt dat klager zich niet heeft opengesteld voor de bemiddelingspoging. De klacht is formeel gegrond verklaard vanwege het vormverzuim met een vergoeding van €7,50. Inhoudelijk is de klacht ongegrond verklaard.

  • Klager verwijt de directie schending van de zorgplicht tijdens en na klagers reanimatie op 1 juli 2025, vanwege vertraagde medische hulp, onveilige omstandigheden, communicatiebelemmeringen met familie, gebrek aan persoonlijke verzorging, druk op ziekenhuisartsen voor snelle terugkeer, en onvoldoende nazorg met ontbrekende medische documenten. Ten aanzien van deze klachtonderdelen wordt achtereenvolgens geoordeeld ongegrond, niet-ontvankelijk, gegrond, gegrond, gedeeltelijk onbevoegd en gedeeltelijk ongegrond en onbevoegd. Er wordt een tegemoetkoming toegekend van € 100,00.

Aanmelden nieuwsbrief

Hier kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief van het Kenniscentrum.

Velden met een * zijn verplicht